Jubileum | Congres - De lezingen

Jubileumcongres 16 & 17 juni 2017 2

De lezingen tijdens het congres

We kijken terug op een geslaagd congres met een grote verscheidenheid aan lezingen. De samenvattingen kunt u hier nog eens nalezen

Programma vrijdag 16 juni 2017 – 11:50-12:35


Keynote - Lezing in de plenaire zaal 
Bert van Beek


De canon van ons geld
De geschiedenis van het gebruik van munten, penningen en papiergeld in vijftig vensters.
Munten en papiergeld liggen in elkaars verlengde: je kunt ermee betalen en je kunt het schenken, maar hoe passen penningen in dit verhaal?
In deze voordracht wordt getoond hoe de politieke en propagandistische boodschappen op de munten zo krachtig waren dat je op stukjes metaal de betaalfunctie weg kon laten, waardoor het alleen nog om schenken, belonen, eren of een pure kunstuiting ging. Deze voorwerpen noemen wij nu penningen, medailles of eretekens. De Romeinse keizers hadden dat al ontdekt. Hun “munten zonder betaalfunctie” waren donativa, geschenken; wij noemen ze nu medaillons. In de Middeleeuwen werden gebruikspenningen vervaardigd voor het rekenen, het uitdelen van brood enzovoort. Vaak werden dit soort penningen ook in munthuizen vervaardigd en nu kunnen we al die functies in één schema en in één boek plaatsen. Welke visie had de canoncommissie en welke criteria zijn gehanteerd om die vijftig vensters te vullen?
Daar gaat het tweede deel van deze voordracht over.

Programma vrijdag 16 juni – 14:00-14:45

Keynote - Lezing in de plenaire zaal
prof. dr. Jan Lucassen

Monetarisering

Vanaf de Romeinse tijd tot aan de Eerste Wereldoorlog geldt voor Nederland dat 'monetarisering' toeneemt naarmate meer goederen en diensten worden uitgewisseld met behulp van munten. 'Demonetarisering' is uiteraard de omgekeerde ontwikkeling. Naarmate ook kleine bedragen (d.w.z. met behulp van denominaties ter grootte van een uurloon of minder) frequenter van van hand tot hand gaan spreken we van 'diepe monetarisering'. Na een eerste fase van diepe monetarisering in de Romeinse tijd volgt een lange periode van 
demonetarisering, pas definitief omgebogen vanaf 1100. Vanaf de late middeleeuwen is hier ook weer sprake van diepe monetarisering. De daarvoor nodige munten kwamen in de regel van de verschillende munthuizen in de Zuidelijke en Noordelijke Nederlanden tot 1600 (met een belangrijke rol voor stedelijke munthuizen)en in de twee eeuwen daarna uit de provinciale en stedelijke munthuizen van de Republiek. Toch voorzagen zij geregeld niet in de vraag naar kleingeld, waardoor andere munthuizen (denk aan Rekem en Gronsveld) in de behoefte aan kopergeld konden voorzien. De reconstructie van niveaus van monetarisering is belangrijk voor de geschiedenis van het dagelijks leven, maar beslist niet eenvoudig. Behalve een overzicht van de uitkomsten van het onderzoek tot nu zullen ook nieuwe gegevens worden gepresenteerd, onder meer aan de hand van de duiten-inwisseling in 1827/1828.

 

Programma vrijdag 16 juni – 15:00-15:45

Prof. P. (Peter) Spufford
FRHistS, FSA, FBA   Professor Emeritus Cambridge University

Money for bread
In the later middle ages the purchase of bread was a particularly urban phenomenon. In the countryside there was frequently only one oven in a community, where villagers took ready prepared meals to be cooked. Country people seem generally to have made their own cereal products, porridge, gruel, pancakes etc. that do not need an oven, but can be cooked on a stove. In towns it was different. Bakers were scattered about a town or city, one for each part of the city, rather than all being together like other urban crafts, like tanners. As well as making bread for sale, they too baked ready prepared meals in their ovens.
Since there was a very general lack of very small change until the fifteenth century the way that bakers responded to the annual variation in the quantity of grains harvested or imported and the consequent variation in price, was to vary the size of their loaves. We have tables of weights for bread made from different sorts of grain according to the price of that particular grain. Rather often we are not told the price per loaf, since that was taken for granted by the magistrates who drew up such tables. I shall look in turn at England from the twelfth century onwards, at the cities of northern Italy, and then at the Low Countries. 
In the bishopric of Luik we have tables for the weights of loaves according to the price of grains, but not the price of the loaves, which the compilers of the tables took for granted. Finally I shall talk about Holland. 
Bread therefore as a lumpy commodity of variable weight needed a single coin for its purchase, frequently the smallest denomination regularly minted or legally created, such as the English cut halfpenny, the Florentine quattrino or the Hollandsche penning.

 

Dr. H. (Herman) Gerritsen
Collectiebeheerder NEPK Erasmus Universiteit Rotterdam

Een referentiedatabase voor (moderne) penningen – proefproject Familiepenningen
Van de Nederlandse penningen sinds 1900 is alleen de penningproductie van Koninklijke Begeer enigszins systematisch gedocumenteerd (tot 1979), terwijl de penningen van ’s Rijks Munt beperkt worden genoemd in jaarverslagen. Vanaf 1951 verschijnen er artikelen en nieuwtjes in De Geuzenpenning (vanaf 1977 De Beeldenaar) en ook bestaan er afzonderlijke monografieën met oeuvrecatalogi. Van veel moderne penningen en hun medailleurs is echter geen gerichte documentatie beschikbaar. 
Voor zowel museale collecties als verzamelaars is een goede en goed toegankelijke documentatie over ontwerp, ontwerper, producent en verdere context essentieel.
Voorgesteld wordt een voor iedereen toegankelijke database op internet te ontwikkelen, en deze in eerste instantie te vullen met bestaande beschrijvingen en afbeeldingen van penningen uit beschikbare (digitale) bestanden. Gebruikers kunnen hiermee verifiëren of een penning aanwezig is in de database, en zo ja, de gestandaardiseerde beschrijvingen, referenties, etc.. uit de database kopiëren t.b.v. de beschrijving van het object in de museale of privé collectie.
Door toelevering van nieuwe beschrijvingen en controle hiervan door een beheerdersgroep, zal de referentiedatabase groeien en steeds bruikbaarder worden. Scripts voor conversie tussen databases kunnen het uploaden gebruikersvriendelijker maken.
Als pilot project voor zo’n algemene penning-database is in de periode 2013-2015 / 2016 een referentiedatabase opgezet voor Familiepenningen. De eerste versie bevatte de familiepenningen uit de collecties van de NNC en Teylers Museum (TM). Deze is gebruikt om de beschrijvingen van de familiepenningen in de collectie van het Amsterdam Museum (AM) te toetsen en uit te breiden, terwijl de referentiedatabase zelf werd uitgebreid met nieuwe beschrijvingen uit de AM collectie. Vervolgens zijn nog twee collecties familiepenningen getoetst aan de referentiedatabase.
In de presentatie zal worden ingegaan op de resultaten van het proefproject Familiepenningen en wordt een schets gegeven hoe deze uitgebreid kan worden naar een breed toegankelijke referentiedatabase voor Nederlandse penningen van na 1900.


Met dank aan Nico Arkesteijn (†2014), Jan Pelsdonk, Judith van Gent en Frans Weijer.

 

G.G.J. (Gert) Mulder
jurist, directeur-eigenaar van een buro voor sociaal ondernemerschap te Utrecht, numismatisch verzamelaar en 
M. (Marcel) Overdijk, financieel adviseur, numismatisch verzamelaar

De toekomst van de numismatiek, het Genootschap en de Kringen
Tussen het genootschap en de Numismatische Kringen bestaat een bijzondere relatie. Niet organisatorisch, want de kringen zijn onafhankelijk, maar wel numismatisch inhoudelijk.
De organisatorische onafhankelijkheid van de kringen heeft voor- en nadelen gehad. De sfeer in de kringen is zeer verschillend en deze heeft zich dus kunnen aanpassen aan de lokale behoefte. Dat heeft voordelen. 
Door de zelfstandigheid ontstaat ook een zekere geslotenheid. Ieder is gewend het op zijn eigen wijze te doen en wat toetreding van nieuwe leden en het doorvoeren van vernieuwingen niet steeds gemakkelijk maakt. De numismatische kennis en interesse kent vele richtingen. Onderzocht wordt of de populariteit van de numismatiek in het algemeen en/of specifieke interessegebieden en/of de ontsluiting van numismatische kennis niet verder kunnen worden bevorderd. Dit bijvoorbeeld door wat meer begeleiding te bieden bij de organisatie van de Kringen vanuit het genootschap.
Initiatieven zouden zo wellicht een beter kans op realisatie kunnen krijgen. Ook zou een beter landelijke herkenbaarheid kunnen ontstaan. Het is vooral de combinatie vn de inzet op modernisering en het betonen van respect voor datgene at tot op heden in de kringen is bereikt, die een nieuwe structuur gestalte zou kunnen geven.
Voorafgaand aan het congres is op initiatief van het Genootschap een bijeenkomst georganiseerd met een groep numismaten “met grote kennis van een Kring en omliggende Kringenvertegenwoordigers” om over dit onderwerp te brainstormen. Van de resultaten van dat overleg wordt verslag gedaan, aangevuld met enkele toelichtende en richtinggevende suggesties vanuit het Genootschap.

 

Programma vrijdag 16 juni 2017 – 16:00-16:45

 

drs. B. (Bouke Jan) Van der Veen
Numismatiek & archeologie


Een Utrechtse penning (her)ontdekt. De penning van bisschop Hartbertus 1139-1150
Regelmatig worden er in ons zo geliefde vak, de numismatiek, munten ontdekt die nog onbekend waren. Veelal gaat het dan om varianten van reeds bekende stukken, nieuwe denominaties binnen een serie, nieuwe jaartallen, omschriftvarianten en alle andere nog niet eerder gesignaleerde aspecten van de afbeeldingen en teksten op de voor- en keerzijde van munten die daardoor een plaats kunnen krijgen in de serie.
Een serie die door mij uitvoerig wordt bestudeerd op bovenstaande aspecten zijn de Utrechtse bisschoppelijke penningen uit de 12e eeuw, een reeks die tot enkele decennia geleden vrij incompleet en onvolledig was wanneer we de "bisschopslijst" van de 12e eeuw vergelijken met de munten die ons zijn overgeleverd. Om in de taal uit de begintijd van ons Genootschap te spreken: "er ontbreken er nog velen in de opvolgingen in onze Penningkas". De eerste numismaat die orde en chronologie in de bisschoppelijke reeks uit de 12e eeuw probeerde te brengen was Frans van Mieris in 1726, later in de 19e eeuw aanzienlijk en systematischer uitgebreid door Pieter Onno van der Chijs in 1859. In 1996 herzag Peter Ilisch de munten van Utrecht uit deze periode drastisch en leek het welhaast onmogelijk om nog iets "nieuws" te vinden.
Opmerkelijk is het dan ook dan in een relatief korte periode er een aantal munten in mijn blikveld kwamen van bisschop Hartbert van Bierum, een bisschop waarvan de munten tot dan het moesten doen met de beschrijving "onzekere Herbert".
Vandaag presenteer ik u een "tussenstand" van mijn onderzoek naar de onzekere muntperiode in het Utrechtse van de 12e eeuw, maar meer nog de munten van onze "onzekere Herbert".
 

R. (Rachel) Wise PhD
Dr Dreesmann fellow Rijksmuseum Amsterdam

Reckoning the Revolt: Old Testament Typology and the Rekenpenningen from the 80 Years’ War 
My paper analyzes the Old Testament imagery that appears on the jetons/rekenpenningen struck during the 80 Years’ War (the Dutch war of independence from Spain that spanned 8 decades, 1568-1648). These copper counters – although sometimes struck in silver – were used by Low Countries governmental deputies from both the northern and southern provinces as counters for calculation and as gifts. The rekenpenningen, however, were not just calculating tools, for they also bore propagandistic war messages on both their obverse and reverse sides.
In the wake of the uprising against the Spanish, the Dutch rebels turned to Old Testament imagery to recast the events of the revolt in biblical terms. Netherlandisch Calvinists saw parallels between their persecution by the Spanish and the persecution of the Israelites. They described their military leaders as Old Testament figures and perceived the northern Netherlands as a new Zion. Inspired by the contemporary political events, Old Testament imagery percolated across a host of media: paintings, prints, stained glass, and even rekenpenningen.
Scholarship on the metaphoric bond between the Dutch and the Old Testament has focused on the major genres of art. My presentation, however, turns to Old Testament representations on rekenpenningen, where well-known as well as obscure stories from the Old Testament appear. My presentation on these scenes will be three fold: an exegetical reading of the biblical scenes in light of war propaganda and the tax-collecting function of rekenpenningen, an interpretation of the artistic origins and singularity of the scenes as well as an analysis of the artistic interplay between jetons and other media, and a discussion of the role of the States General in commissioning small-scale art.  Lastly, as an art historian, my presentation conceives of rekenpenningen as art objects unique in their format: miniature in scale, requiring abbreviated scenes, and having two sides that reinforce one another.

 

S. (Stephan) Kötz MA
Kurator Münzkabinet Westfälischers Landesmuseum Münster

Die Münzsammlung des Franz Wilhelm Uhle von Schönhof in Wiedenbrück. Ein einzigartiges Zeugnis für das Münzsammeln der bürgerlichen Mittelschicht im 19. Jahrhundert.
Systematisch hat Franz Wilhem Uhle (1814-1900), Stoff- und Sortimentgroβhändler in Wiedenbrück (Kreis Gütersloh, Deutschland), seit den frühen 1940er Jahren das Geld, das täglich durch seine Kassen floss, gesichtet. Bis zur Währungsreform im Deutschen Reich 1871/73 hat er so knapp 6000 Münzen aus dem Umlauf gezogen, die in der Regel also auch die üblichen Umlaufspuren tragen. Hauptsächlich haldelt es sich um kupferne bzw. Silberne Klein- und Mittelnominale des 19. und 18. Jahrhunderts, ergänzt um noch greifbare Stücke des 17. Und 16. Jahrhunderts, vereinzelt sogar mit dem Mittelalter; ein paar Fundmünzen aus der Region, speziell aus der Römerzeit, sind ebenfalls dabei. Die Münzen stammen meist aus Westfalen, aber auch aus nahezu alle Territorien Deutschlands, und vielen Regionen Europas – die Niederlande des 19. Jahrhunderts und ihre Vorgängerstaaten sind natürlich ebenfalls vertreten. Welch hohen Wert der Sammler seinen Stücken beimaβ, belegt deren aufwendige, liebevolle Unterbringung in 106 selbstgebastelten Tablaren. Auf eingeklebten Zettlen stehen Basisinformationen zum jeweiligen Territorium, zu den Münzherren und Wappen, zudem ist jedes einzelne Münzfach beschriftet. Im Gegensatz zu oberschichtlichen ober gar fürstlichen Sammlungen sich solche der bürgerlichen Mittelschicht des 19. Jahrhunderts heute kaum mehr greif-bar.
2015 wurde diese einzigartige Dokument von Ur-Ur-Ur-Enkel Uhles für das Münzkabinet am LWL-Museum für Kunst und Kultur / Westfälisches Landesmuseum in Münster angekauft. In den nächsten Jahren soll die umfangreiche Sammlung wissenschaftlich bearbeitet un anschlieβend in einer Ausstellung mit Fokus auf das bürgerliche Münzsammeln im 19. Jahrhundert präsentiert werden.

 

Programma zaterdag 17 juni 2017 – 10:15-11:00

Keynote - Lezing in de plenaire zaal
drs. Marjan Scharloo

Numismatische collecties in een museum

Het onderwerp van deze keynote is een verkenning van de manieren waarop numismatische collecties op dit moment in musea functioneren.
Welke verhalen worden er verteld met behulp van munten en penningen? Is de numismatiek een geïntegreerd onderdeel van een grotere presentatie of is er sprake van een ‘status aparte’? Wat zijn de voor- en nadelen? Door de stormachtige ontwikkelingen van de multimedia zijn munten en penningen veel gemakkelijker toegankelijk te maken dan vroeger mogelijk was. Maar gebeurt dit in praktijk ook? En wat zijn de gevolgen? Aan de hand van de verzameling van Teylers Museum worden deze en andere vragen besproken, waarbij uitstapjes naar andere musea niet geschuwd worden.

 Programma zaterdag 17 juni 2017– 11:15-12:00

 J. (Joost) Snaterse BA
Student onderzoeksmaster geschiedenis, Radboud Universiteit Nijmegen

Tussen numismatiek en antropologie: de goudschat van Velp (1715) in context van de late oudheid
De interessante achtergronden van een in 1715 gevonden laatantieke goudschat zijn recent hernieuwd ontsloten (met name Beliën 2008). Het doel van deze presentatie zal zijn om deze spectaculaire vondst – medallions, munten en hals- en armsieraden – in een vergelijkend historisch perspectief te plaatsen.Met name de muntsieraden / medallions bieden een interessant uitgangspunt voor nadere reflectie op zowel de economische als de culturele context van de late oudheid. In recente studies over deze periode worden de economische ontwikkelingen en de sociaal-culturele context steeds nauwer met elkaar in verband gebracht. Tegelijkertijd spelen in deze analyse munten als objecten een ondergeschikte rol. Het doel van de presentatie is om een bepaald type muntsieraden – in dialoog te brengen met dit onderzoek.
De medallions die onderdeel vormen van de goudschat zullen worden besproken in relatie tot vergelijkbare muntsieraden, uit andere delen van het Romeinse Rijk. Het doel van deze bespreking is driedelig. Allereerst zal worden ingegaan op de economische, maar niet directe monetaire functie van deze solidi. Goud nam zowel economisch als symbolisch een centrale plaats in de laatantieke samenleving in. Vervolgens zal met behulp van recente inzichten uit de antropologie, de culturele achtergrond van dergelijke sieraden verder worden verhelderd. Hierbij zal de nadruk liggen op de betekenis van deze munten in het diplomatieke verkeer tussen the centrale Romeinse gezag en de locale (‘barbaarse’) gezagsdragers., die dit soort medallions ontvingen. Enerzijds zagen zij hiermee hun loyaliteit bevestigd, anderzijds bevestigen zij deze ook zelf ten overstaan van hun eigen gemeenschap. Ten slotte zal worden ingegaan op de juridische achtergronden van de muntafbeeldingen voor het belang van de manier waarop de munten gedragen werden.

 

Dr. L. (Liesbeth) Claes
Universitair docent, universiteit Leiden

Numismatiek in het Nederlands academisch onderwijs
Nederland heeft een pioniersrol in het bevorderen van de numismatiek in het academisch onderwijs, waardoor dit onderwerp een plaats moet innemen in de Nederlandse canon van de numismatiek. Met de oprichting van het Rijksmuseum van Oudheden, onder auspices van professor extraordinarius Caspar Reuvels, kende de archeologische wetenschap een heuse bloei te Nederland. Pieter Otto van der Chijs was een student van deze befaamde professor Reuvels. In 1828 studeerde hij aan de universiteit van Leiden af. Al van jongs af aan was hij een fervent muntverzamelaar. In 1830 richtte hij de collegereeks numismatiek in aan dezelfde voorgenoemde universiteit. Hoewel dit vak na de dood van van der Chijs in 1877 stopte, werden twee andere verdiensten ter bevordering van de numismatiek van hem wel voortgezet. Zo had de Leidse universiteit voor lange tijd een numismatische collectie die hij had aangelegd en in het Tijdschrift voor algemeene Munt- en Penningkunde werd één van de oudste en meest vooraanstaande numismatische tijdschriften in de wereld. Het zou meer dan een eeuw duren voordat numismatiek terug aan een Nederlandse universiteit gedoceerd werd. In 1969 startte Zadoks Josephus Jitta als professor Archeologie het vak “Klassieke Archeologie, met inbegrip van de antieke numismatiek” aan de Rijksuniversiteit van Groningen en bijna een tien jaar later volgde Leiden met professor Hendrik Enno van Gelder die zelfs als professor numismatiek en Monetaire Geschiedenis was aangesteld. Deze presentatie wil verder ingaan op de geschiedenis van het vak numismatiek te Nederland, waarbij ik in het bijzonder wil stilstaan op de pioniersrol van van der Chijs, de heropleving van het vak numismatiek in de tweede helft van de 20ste eeuw en het huidige cursusaanbod te Nederland.

 

Dr. R.J. (Rombert) Stapel
Postdoctoraal onderzoeker, International Institute of Social History, Amsterdam

Database van muntproductie in de Lage Landen (14e eeuw – heden)
Muntproductie cijfers zijn beschikbaar voor de Lage Landen vanaf de 14e eeuw. Met behulp van een subsidie van het DANS hebben het Nederlands Economisch Historisch Archief en het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis een database en webapplicatie kunnen bouwen van muntproductiecijfers. Hierbij is gebruik gemaakt van meerdere bestaande databases, die deels zijn opgeschoond, aan elkaar zijn geknoopt en doorzoekbaar en beschikbaar zijn gemaakt voor het publiek. Een belangrijke aanvulling op de database is een kaart van actieve muntplaatsen en muntheren vanaf de Vroege Middeleeuwen tot nu, waaruit in één opslag duidelijk wordt van welke munthuizen en gebieden we volledige data hebben, en welke aanvullingen dringend gewenst zijn.

 

 

Programma zaterdag 17 juni 2017 – 12:15-13:00

J. (Jan) Pelsdonk MA
Monetair historicus, conservator van het numismatisch kabinet van Teylers Museum Haarlem.

Zilverstromen en geld als water. Verplaatsingen van edelmetaal door de Republiek en via de VOC.
In 2016 heeft Teylers Museum in samenwerking met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed van bijna 10.000 voorwerpen uit de collectie munten en penningen de metaalsamenstelling bepaald. Komt aan de hand van de deze metingen informatie aan het licht over de herkomst van het muntmetaal en over veranderingen in legeringen door de eeuwen heen? Wat leert ons dit over het muntgebruik in de Republiek en daar buiten? Verrassingen zijn niet uitgesloten, bij het schrijven van deze samenvatting is het onderzoek nog in volle gang.

 

Dr. J. (Judith) Van Gent
Hoofd E-collectie en conservator Amsterdam Museum

Een complete numismatische verzameling betreffende de stad Amsterdam?
De munten- en penningencollectie van het Amsterdam Museum
In de collectie van het Amsterdam Museum bevindt zich een verzameling van circa 4500 penningen en ruim 1500 Nederlandse munten. De penningencollectie bestaat voornamelijk uit Amsterdam gerelateerde historiepenningen, familiepenningen, gildepenningen en brandspuitpenningen. Sinds enkele jaren wordt onderzoek gedaan naar de geschiedenis en herkomst van de numismatische collectie.
Tot het midden van de negentiende eeuw waren de munten en penningen in eigendom van de stad Amsterdam onderdeel van ‘oudheden en rariteiten’. Onder beheer van archivaris Pieter Scheltema werd in 1852 een eerste inventaris gemaakt én werden om de Amstelodamia te completeren penningen aangekocht. Daarnaast waren er particuliere initiatieven. Zo legateerde in 1885 de bierbrouwer Gerard Adriaan Heineken zijn penningen aan de stad en schonk August Pieter Lopez Suasso zijn muntencollectie. Hoe hadden deze verzamelaars hun collecties opgebouwd en wat waren de drijfveren om hun verzameling aan de stad te schenken?

 

E. (Edin) Mujagic
Zelfstandig monetair econoom en publicist

Van het Roodborstje via De Grijsaard tot ???: Een reis door de Nederlandsche monetaire historie op een tapijt van bankbiljetten
De euro zou net zo sterk, stabiel en betrouwbaar zijn als de gulden en daarmee per definitie het vertrouwen hebben in vele hoeken van de wereld.
Is dat het geval? Waarom wel/niet? Hoe verhoudt het beleid achter de euro zich tot het aantoonbaar juiste beleid als het doel is een munt sterk en stabiel te maken, het beleid dat de rode lijn is door de Nederlandse monetaire geschiedenis?
Lit. Mujagic, E. Boeiend en geboeid: een monetaire geschiedenis van Nederland sinds1814/1816. Eigen beheer, 2016.

ACTUEEL

Jaarboek 2016 (103) Theo Nissen, Het Genootschap 125 jaar, 25 jaar veranderingen en ambitie - Ivar Leimus, eine unbekannte Münzstätte aus dem Utrechter Raum - Anton Cruysheer, De LEO-munten van graaf Floris III van Holland (1157-1190) - Inventarisatie en hypothese - Wiebe Nijlunsing, Marcel van der Beek, Jan Stuurman, In Kampen geslagen munten tot 1576 - Marianne Eekhout, De Tachtigjarige Oorlog op zakformaat, penningen als objecten van herinnering Nieuws

DE BEELDENAAR

Tijdschrift De Beeldenaar is twee maandelijks tijdschrift op het gebied van numismatiek en penningkunst.

Meer over de Beeldenaar